Caribisch Nederland (BO-11-011.05 )
Maatschappelijke opgave
In oktober 2010 is het land Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. Vanaf die datum kent het koninkrijk der Nederlanden vier landen: Nederland, Aruba, Sint Maarten en Curaçao. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn sindsdien openbare lichamen binnen het land Nederland. Door deze constitutionele verandering heeft de minister van EL&I (staatssecretaris) op grond van de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES aantal verantwoordelijkheden gekregen op het terrein van natuur en biodiversiteit.
In algemene zin is de opgave die hier uit voortkomt, het zorgen (c.q. borgen) dat Nederland aan haar internationale verplichtingen op het gebied van biodiversiteit voldoet en soorten en habitats beschermt. Op een manier die economische ontwikkeling en andere menselijke activiteiten zo veel mogelijk ondersteunen. Daarnaast stimuleren dat natuur in de kern van de economie en in het hart van mensen komt en daarmee dus automatisch een rol speelt bij afwegingen die in het economisch en maatschappelijk proces worden gemaakt.
Beleidsachtergrond
In gevolge de Wet is de Minister verantwoordelijk voor de biodiversiteit binnen de Exclusieve Economische zone. Daarnaast heeft de Minister een gedeelde verantwoordelijkheid met de eilandbesturen voor de territoriale wateren. De eilanden zijn verantwoordelijk voor het natuurbeheer op het land. De Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming biedt het juridisch kader voor de implementatie van internationale verdragen (CBD, CMS, Ramsar, IAC, IWC en Cartgena/ SPAW protocol). De wet verplicht de minister om iedere 5 jaar een natuurbeleidsplan op te stellen waarna de eilanden een natuurplan opstellen. Daarnaast heeft de minster de mogelijkheid om natuurgebieden aan te wijzen, in dat kader is de Saba bank aangewezen. Voor het EEZ is in gezamenlijkheid met de andere landen van het Koninkrijk een beheerplan opgesteld waarmee met de uitvoering gestart is. Het natuurbeleidsplan zal in de tweede helft van 2011 opgesteld worden (periode 2012-2017). Daarnaast is de minister verantwoordelijke voor rapportage aan de internationale verdragen als wel aan de Tweede Kamer over de diverse aspecten van biodiversiteit op de eilanden. Om hier aan te kunnen voldoen wordt een monitoring systeem opgezet.
Kennisopgave:
De kennisopgave betreft vier (sub) thema’s:
- Monitoring systeem CN: het opstellen van basisinventarisaties (baselines) en bestanden;
- Natuur en economie: TEEB Caribisch NL, inventarisatie sociaal economische waarde van natuur op Sint Eustatius en Saba;
- Beschermde en bedreigde diersoorten: op welke wijze kan worden voldaan aan (internationaal) beschermingsniveau van een aantal specifieke soorten en habitats;
- Bedreigingen: wat zijn de bedreigingen en aanpassingen door landgebruik en klimaatverandering. Klimaat en landgebruik veranderingen kunnen leiden tot erosie en verlies aan biodiversiteit, verlies van soorten en ecosystemen. Vegetatiezones zullen wijzigen naar hogere zones of het klimaat wordt ongeschikt. Dit is mede gerelateerd aan veranderingen in landgebruik. Een belangrijk gevolg van verhoging van de zeewatertemperatuur (>2 graden) is het vaker optreden van bleken en afsterven van koralen.
Kennisbehoefte van de doelgroepen:
De vier subthema’s sluiten aan bij de behoefte om te voldoen aan internationale afspraken ten aanzien van het behoud van biodiversiteit en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Inzicht in ecosysteemdiensten en economische waarde (TEEB) zijn aanvullend voor efficient beheer. Overkoepelend is de b