Wageningen UR
Kennis Online - Wageningen UR onderzoek voor EL&I

Vaststellen van Omzetbare Energie (OE) en fecale verteerbaarheid van biologisch geteelde grondstoffen bij leghennen

Algemene gegevens

BO-04-002-004.030
01 januari 2008
31 december 2009
Active

Doelstelling

Doel is het bepalen van de Omzetbare Energie (OE) en de fecale verteerbaarheid van een aantal veel gebruikte biologisch geteelde grondstoffen bij leghennen.

Werkwijze

Om de verteerbaarheid van grondstoffen te bepalen is het nodig dat er fecaal verteringsonderzoek uitgevoerd wordt. Bij fecaal verteringsonderzoek worden er mestmonsters genomen van de dieren. Voer- en mestmonsters worden geanalyseerd op de hoeveelheid energie en de gehalten aan onder andere droge stof, organische stof, eiwit en aminozuren, vet en diverse koolhydraatfracties. Hieruit worden de OE en de fecale verteringscoëfficiënten van genoemde componenten berekend.
De stakeholders denken mee en leveren (praktische) input bij alle fasen van het project.

Planning:

  • Oktober 2008: Vaststellen definitief projectplan en verkrijgen toestemming Dierexperimentencommissie. De keuze voor de te onderzoeken grondstoffen wordt in overleg met de stakeholders bepaald. In elk geval stellen we voor om de belangrijkste grondstoffen mee te nemen uit het project ‘Voer zonder exotische grondstoffen’ (raapzaadschilfers, gerst, triticale, veldbonen, lupinen). De deelnemers aan de eerder genoemde workshop adviseerden tevens om twee uiteenlopende kwaliteiten maïs mee te nemen.
  • November 2008: Produceren proefvoeders
  • Nov-Jan 2009: Uitvoeren dierexperiment
  • Feb-Mei 2009: Analyseren en verwerken resultaten
  • Jun-Sep 2009: Rapportage van het onderzoek

Beoogd resultaat

Samenvatting bereikte resultaten in 2009

Uit deze studie blijkt dat het gehalte aan omzetbare energie (OE) van de onderzochte ‘slechte’ maïs, gerst en sojaschilfers vergelijkbaar is met de huidige waarde in de CVB-veevoedertabel, terwijl het OE-gehalte van de onderzochte ‘goede’ maïs en rogge lager is. De verteerbaarheid van het ruw eiwit is bij gerst en sojaschilfers hoger, en bij de beide maïskwaliteiten en rogge lager in vergelijking met de CVB-tabel. De vetverteerbaarheid is bij gerst en sojaschilfers hoger, bij de slechte maïs vergelijkbaar en bij de goede maïs en rogge lager in vergelijkbaar met de CVB-tabel. De CVB-tabel bevat geen pluimvee-voederwaardecijfers voor triticale en veldbonen.

Producten 2009

Rapport: Verteerbaarheid en voederwaarde van biologisch geteelde grondstoffen bij leghennen (M.M. van Krimpen, J.Th.M. Van Diepen, B. Reuvekamp en J. van Harn). In voorbereiding.

Meer over dit project