Rassen, eiwitbron in de voeding en ruien bij leghennen (EU-project)
Doelstelling
Het totale EU-project beoogt in beeld te brengen hoe belangrijk interacties zijn tussen genotype van de kip en houderijvorm en daarnaast hoe met input van pluimveehouders een meer passend genotype ontwikkeld zou kunnen worden.
Daarnaast wordt onderzocht of de interactie tussen voeding en genotype van belang is voor verenpikken en hoe de kwaliteit van eieren door voeding en genotype beïnvloed wordt.
Werkwijze
Activiteiten en betrokkenheid sector: [onderscheid maken in specifiek voor 2009 en voor gehele looptijd project]
-
In 2009 wordt een eerste inventarisatie gemaakt van 100 legbedrijven met uitloop per land (Nederland, Zwitserland en Frankrijk) (50/50 biologisch en conventioneel met uitloop). Het gaat om productiekarakteristieken, bedrijfskarakteristieken en genotype van de leghennen.
-
Uit die 100 bedrijven worden 40 geselecteerd die verder willen participeren in het onderzoek (o.a. benoemen en testen andere genotypes).
-
Nagegaan wordt in welke mate, waarom en hoe de legperiode verlengd wordt of dat dieren geruid worden
-
Afhankelijk van de mogelijkheden (voortgang in de discussie over diermeel) wordt onderzoek gepland met verschillende voersamenstellingen en verschillende genotypes met meer of juist minder neiging tot verenpikken om de interactie tussen voeding en genotype voor verenpikken te onderzoeken.
Datum en omschrijving fases en go/no go momenten: (zo mogelijk budget per fase)
-
De eerste fase betreft de analyse van de gegevens van 100 legbedrijven in drie landen wat betreft interactie tussen genotype en omgeving
-
In de tweede fase worden in discussies tussen pluimveehouders en het fokbedrijf nagegaan wat een ideale leghen voor uitloophouderij is en hoe die geproduceerd kan worden
-
In de derde fase wordt nagegaan hoe met participatie van pluimveehouders een continu testsysteem voor verbeterde genotypes opgezet kan worden.
-
Parallel worden vanaf 2010-2011 proeven opgezet waarin de interactie tussen genotype en voersamenstelling getest worden
-
Parallel aan het verzamelen van productiegegeven van de 40 bedrijven per land en de voerproef wordt in beide onderdelen eikwaliteit onderzocht (schaalsterkte, versheid, eigewichten en, als de verschillen in voersamenstelling daar aanleiding toe geven, chemische samenstelling (o.a. vetzuurgehaltes).
Financiële onderbouwing: (geef een kostenindicatie per fase en/of onderdeel (in k€); maak onderscheid tussen Personele en Materiële kosten. Volg hiervoor onderscheiden fases of maak onderscheid in b.v. bureaustudie/veld- of kasonderzoek/rapportage, etc. Maak projectkosten inzichtelijk voor opdrachtgever)
|
Projectonderdeel (bureaustudie, dierproef, etc.) |
Personele kosten in k€ |
Materiële kosten in k€ |
|
Opstellen protocol, interviewen en analyseren 100 bedrijven in NL, F en Zwitserland, start van workshops met 40 bedrijven per land |
162 mensdagen 146 keuro |
Zeer beperkt |
Beoogd resultaat
Samenvatting bereikte resultaten in 2009
Het protocol voor verzamelen van gegevens van bedrijven is opgesteld en in Nederland, Zwitserland en Frankrijk gebruikt voor het verzamelen van gegevens. De datasets in Nederland en Zwitserland waren in 2009 vrijwel compleet. Begin 2010 worden de laatste aanvullingen ingebracht. In Frankrijk loopt het verzamelen van gegevens begin 2010.
Productenlijst 2009
-
Het protocol en de database met gegevens zijn gerealiseerde producten; deze zijn niet geschikt voor publicatie nu.
-
Bedreven in buiten zijn. Pluimveehouderij 18 december 09, blz 41