Stabiliteit door diversiteit: plaagbeheersing in kool
Doelstelling
Ontwikkeling en toetsen van productiesystemen met een grote mate van biodiversiteit ter stimulering van ziekte- en plagenbeheersing.
Werkwijze
Op de Broekemahoeve in Lelystad wordt veldonderzoek uitgevoerd naar het effect van biodiversiteit op de uiteindelijke kwaliteit van biologisch geteelde kool. Om het effect van diversificatie te onderzoeken worden jaarlijks 3 percelen aangelegd met een verschillende biodiversiteit:
|
Biodiversiteit |
Tussenteelt |
Rond perceel |
|
|
Geen |
Groot perceel 1.3 ha alleen witte kool |
Geen randen |
|
|
Intermediair |
Witte kool, met en zonder tussenteelt uien, 0.2 ha |
Gemengde haag met grasrand |
|
|
Hoog |
4 verschillende koolgewassen, met en zonder klaver, 1.3 ha |
Met en zonder 1 jarige bloemenrand |
Begin mei wordt de kool geplant. Gedurende het groeiseizoen worden op 3 momenten in de gewassen de plagen en natuurlijke vijanden geteld. De belangrijkste plagen zijn: trips, koolvlieg, koolluis en koolmot. Gedurende het seizoen worden de koolmotvluchten geregistreerd. Opbrengsten worden bepaald. Bij de oogst wordt voor witte kool de tripsaantasting bepaald en voor spruitkool de mate van aantasting door ziekten en plagen.
De uitkomsten worden vergeleken met biologische sluitkool in een grootschalig biologisch systeem zonder biodiversiteit. Uitgangspunt blijft dat het praktisch uitvoerbaar is in de gangbare biologische praktijk.
De betrokkenheid van de sector wordt als volgt ingevuld:
- Het telersnetwerk van 'De smaak van morgen' bestaande uit 12 ondernemers waaronder vijf met biologische productie worden op de hoogte gehouden en zijn betrokken bij dit onderzoek.
- Bij de innovatiegroep ziekte- en plaagbeheersing worden de resultaten jaarlijks in december besproken (10 biologische telers, sectorvertegenwoordiger T. Verdonschot).
- Tijdens de biologische velddag is het onderzoek aan een breder publiek toegelicht (biologische telers, voorlichters, handelaars etc).
- Schrijven van artikelen, presentaties en rechtstreekse contacten met telers
Beoogd resultaat
Samenvatting bereikte resultaten in 2009
Afgelopen jaar zijn 3 grootschalige systemen onderzocht die van elkaar verschillen in biodiversiteit. Op het perceel met een monocultuur witte kool (lage biodiversiteit) worden de meeste volwassen koolmotjes gevangen. De tripsaantasting waargenomen op de witte kool is in dit systeem veel hoger. Voor andere plagen (melige koolluis, overige luis, klein koolwitje en aardvlo) en natuurlijke vijanden (spinnen, sluipwespen, zweefvliegen en lieveheersbeestjes) zijn er geen verschillen gevonden tussen de drie systemen.
In het perceel met aan één zijde een meerjarige haag + grasrand worden de minste volwassen koolmotjes gevangen. Ook de tripsaantasting is in dit systeem het laagst.
In het perceel met de meeste biodiversiteit (mengteelt met verschillende koolsoorten, bloemen- en grasklaverstroken in en langs strokenteelt van koolsoorten) wordt een gemiddeld aantal volwassen koolmotjes gevangen. De tripsaantasting ligt iets hoger dan het hierboven beschreven systeem. Een tussenteelt met stroken grasklaver leidde niet tot minder problemen.
Tussen de koolgewassen zitten grote verschillen in gevoeligheid. Op savooie kool zitten de meeste plagen en natuurlijke vijanden. Op spruitkool, witte kool en rode kool worden minder plagen en natuurlijke vijanden op de plant geteld. De minsten worden waargenomen in spitskool.
Uit de resultaten komt naar voren dat plagen en natuurlijke vijanden worden beïnvloed door zowel de biodiversiteit in en rondom het perceel als de keuze van het koolgewas.
Productenlijst 2009
- Broek van den R., Alebeek van F., Berg van den W., 2008. Ecological infrastructure and polycoltures to improve natural control of pests in cabbage: First year results. IOBC wprs Bulletin, Vol., 34, p. 109-112.
- Broek, R.C.F.M. van den; Alebeek, F.A.N. van; Visser, A.J. (2009). Functionele agrobiodiversiteit, wat werkt? bioKennis bericht Biodiversiteit en Landschap (3). - p. 4.Wageningen [etc.] : Wageningen UR [etc.], (BioKennis bericht. Biodiversiteit en landschap )
- Broek, R.C.F.M. van den; Alebeek, F.A.N. van (2009). Het hoe, wat en waarom van : functionele agrobiodiversiteit. Ekoland 29 (9). - p. 12 - 13.
- Broek, R.C.F.M. van den (2009). Diversiteit in en rondom een sluitkoolperceel. bioKennis nieuws 2009 (24). - p. np.
- Broek, R.C.F.M. van den (2008). Diversiteit in en rondom een sluitkoolperceel. In: Projectinitiatieven agro biodiversiteit ter gelegenheid van de landelijke FAB dag op 14 januari 2009. - Spade, FAB2.
- Broek, R.C.F.M. van den (2008). Minder melige koolluis en trips bij meer biodiversiteit. Syscope Nieuws.
- Poster: Ecological infrastructure and polycoltures to improve natural control of pests in cabbage. Gebruikt in Bordeaux (2008) en in Lelystad (2009) bij de afsluiting Smaak van morgen
- Poster: Ecological infrastructure and polycoltures to improve natural control of pests in cabbage. Gebruikt in Bordeaux (2008) en in Lelystad (2009) bij de BioKennisdag.
Presentaties
- Broek, R.C.F.M.: van den (2009). Stabiliteit door diversiteit, 9-11-2009. Afsluiting project: De Smaak van morgen.
- Broek, R.C.F.M.: van den (2009). Stabiliteit door diversiteit, 15-12-2009. BioKennisdag
- Broek, R.C.F.M.: van den (2009). Slootkantenbeheer en natuurlijke plaagbeheersing, 15-10-2009. Deelnemers slim slootkantenbeheer Drenthe
- Broek, R.C.F.M.: van den (2009). Beheersing van bonen- en wortelvliegen en FAB, 7-1-2010.Biologische telers uit Zeeland en West Brabant.