Aaltjesbeheersing glasgroenten
Doelstelling
De ontwikkeling van alternatieve beheersingssystemen voor wortelknobbelaaltjes waardoor schade door deze aaltjes in biologische en geïntegreerde teelten wordt geminimaliseerd en stomen minder frequent hoeft of zelfs overbodig wordt. Tegelijkertijd wordt gestreefd naar onderdrukkende (neven)effecten op andere bodemziekten en -plagen en benutting van organische toevoegingen ten bate van andere bodemfuncties. Het integrale denkraam en telerparticipatie vergroten de kans op praktijktoepassing
Werkwijze
Activiteiten en betrokkenheid sector:
- Praktijkexperimenten, demonstraties, inventarisatie en kennisoverdracht worden uitgevoerd in samenwerking met het bedrijfsnetwerk en toeleveranciers/loonwerkers.
- Telers: aanleg kasproeven (grondbewerking etcetera); teelt biofumigatiegewas; faciliteren van demo’s en excursies
- Toeleveranciers: levering van materialen (organische meststoffen, afdekmaterialen etc.)
- Loonwerkers: levering van specialistische diensten (gewasbewerkingen, grondbewerking)
Datum en omschrijving fases en go/no go momenten:
- Onderzoek naar de stabiliteit van natuurlijk antagonisme tegen aaltjes op reeds geïndiceerde plekken in kassen: vervolgstudie van 2006.
- Potproeven met betrekking tot de effectiviteit van geselecteerde organische materialen en natuurlijke middelen (Gewasbeschermingsmiddelen van Natuurlijke Oorsprong, GNOs) afkomstig uit laboratoriumonderzoek: dosis-effect relaties
- Evaluatie en optimalisering van biofumigatie en anaërobe biologische grondontsmetting inclusief bepaling van (neven)effecten op ziekteweerbaarheid tegen aaltjes: dosis-effect relatie en eerste inschatting economische haalbaarheid
- Evaluatie en optimalisering van andere (combinaties van) methoden voor aaltjesbeheersing in biologische en geïntegreerde teeltsystemen onder glas: combinaties van mild stomen met GNO’s in potproeven en bij positief resultaat in kasproeven in 2008.
- Medio 2007: Inventarisatie van toepassingsmogelijkheden van Pasteuria penetrans d.m.v laboratoriumtesten met 15 populaties wortelknobbelaaltjes afkomstig van biologische telers en bij positief resultaat in kasproeven in 2008
- De plannen voor 2009 worden in het najaar van 2008 in detail uitgewerkt.
Beoogd resultaat
Samenvatting bereikte resultaten in 2009
Hieronder staat de samenvatting over de gehele periode (Van der Wurff et al. 2010) weergegeven van dit project.
Gedurende de periode 2005 – 2009 is er onderzoek gedaan naar duurzame oplossing voor gewasschade veroorzaakt door het wortelknobbelaaltje (Meloidogyne spp.) in de biologische teelt van bloemen en groenten. Op dit moment wordt grondstomen gezien als belangrijkste middel tegen wortelknobbelaaltjes. Grondstomen is effectief tegen wortelknobbelaaltjes maar kost veel energie en doodt nuttig bodemleven. Het onderzoek was daarom gericht op het ontwikkelen van alternatieve beheersingssystemen voor wortelknobbelaaltjes waardoor schade wordt geminimaliseerd en stomen overbodig wordt.
Er is gezocht naar zowel middelen als systemen, variërend van biologische middelen en grondontsmetting tot teeltsysteemoplossingen. Het onderzoek werd gefinancieerd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Er zijn veel middelen getoetst maar het overgrote merendeel liet niet of nauwelijks een werking zien. Alleen borium en enkele niet-toegelaten plantenextracten lieten wel effectiviteit zien maar geen volledige bestrijding. De werking van compost is veelbelovend, maar het maken van aaltjesweerbaar compost is vooralsnog niet in de praktijk gebracht. De bacteriële bestrijder Pasteuria penetrans uit Japan was zeer effectief tegen M. javanica en enkele populaties M. incognita. Maar ontbreken van wettelijke toelating en specificiteit van de stammen zijn redenen waarom deze bestrijder niet wordt gebruikt in de praktijk.
De effectiviteit van Biofumigatie (onderwerken van bv. Brassicaceae-soorten waardoor isothiocyanaatgas vrijkomt) als grondontsmetter blijkt vooralsnog onvoorspelbaar door de invloed van plantsoort, moment van oogst en snelheid van onderwerken. Ook blijkt serepta mosterd (Brassica juncea) een goede waardplant voor Fusarium avenaceum. Hierdoor worden problemen zoals met F. avenaceum in de teelt van biologische Freesia en Lisianthus versterkt.
Biologische grondontsmetting (BGO; o.a. zuurstof onttrekken aan de bodem door onderwerken organisch materiaal) is arbeidsintensief maar lijkt makkelijker te standaardiseren dan biofumigatie waardoor de voorspelbaarheid van de mate van effectiviteit toeneemt.
Ook het Baijens teeltsysteem blijkt een effectieve methode om productieverliezen door aaltjes terug te dringen: Hierbij worden bedden afwisselend met komkommer beplant en over tussenliggende bedden heen geleid. In het tussenliggende bed is ruimte voor aaltjesbestrijding door inzet van aaltjesdodende planten of alternatieve grondontsmetting zoals braak, vanggewassen, biofumigatie of BGO.
Uit het onderzoek komt naar voren dat er op dit moment nog geen middel of methode voorhanden is dat alle problematiek oplost. Op dit moment bestaat de oplossing vooralsnog uit een pakket aan maatregelen waaruit gekozen kan worden afhankelijk van doelpathogeen, gewas, bedrijfstype en bodemsamenstelling. Het lopend LNV onderzoek naar bodemweerbaarheid biedt een raamwerk waarin de invloed van deze factoren op de effectiviteit van de genoemde technieken verder wordt uitgediept en met elkaar in verband kan worden gebracht.
Productenlijst 2009
- A. van der Wurff (2009) Verslag voor aaltjes bijeenkomst. LTO bijeenkomst 15 juli 2009, Velden
- Wurff, A.W.G. van der (2009) Wortelknobbelaaltjes in de biologische glastuinbouw ZEIST : Voordracht bijeenkomsten biotelers praktijknetwerk
- Wurff, A.W.G. van der; Bonants, P.J.M.; Wensveen, W. van; Slooten, M.A. van (2009) Beheersing wortelknobbelaaltjes in biologische kasgroententeelt Poster. Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw
- Wurff, A.W.G. van der, C.J.. Kok, F.C. Zoon (2010) Biologische beheersing van wortelknobbelaaltjes in de biologische teelt van groenten en bloemen onder glas. Stand van kennis/ Verslag van onderzoek over de periode 2005 tot 2010. 50 pp