100% biologische mest en grasklaver
Doelstelling
Efficiënte benutting van dierlijke mest in de melkveehouderij: in een vruchtwisseling en een permanente grasklaver. Dit heeft ook een belangrijke kraamkamerfunctie voor gebruik landbouwbreed.
Belangrijke lange-termijnvragen van melkveehouders ter beantwoording:
- Hoe verhoog ik de efficiëntie van de eigen rundermest?
- Hoe verhoog ik het rendement (opbrengst) van mijn grond door bemesting?
Werkwijze
Vanuit de melkveehouderij is Chris Bomers bij dit project betrokken.
Het laatste jaar van de behandelingen in de vruchtwisselingsproef is 2012, de vruchtwisselingsschema’s duren tussen vier (2 jaar grasklaver, 1 jaar mais en 1 jaar triticale) en zeven jaar (vier jaar grasklaver, twee jaar mais en 1 jaar triticale). In 2013-2014 worden de resultaten geanalyseerd en gerapporteerd.
Langjarige vruchtwisselingproef van grasklaver met snijmaïs en GPS op Aver Heino wordt in 2009 voortgezet.
De proefopzet is een volledig gerandomiseerde blokkenproef in drie herhalingen. De behandelingen bestaan uit alle combinaties van zes verschillende vruchtwisselingsschema’s en vier verschillende bemestingsstrategieën. Het aantal behandelingen komt hiermee op 24.
In ieder vruchtwisselingsschema worden de gewassen gras-klaver (mengsel), snijmaïs en triticale achtereenvolgend verbouwd. De schema’s verschillen in de duur van de periode waarin een gewas verbouwd wordt. Gras-klaver wordt verbouwd gedurende 2-4 jaar, snijmaïs gedurende 1-2 jaar en triticale steeds 1 jaar. Het kortste schema duurt vier jaar en het langste zeven jaar Bij het aflopen van een schema wordt het schema herhaald. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij schema 1 in het vijfde jaar en zesde jaar weer gras-klaver verbouwd wordt, en in het zevende jaar weer snijmaïs. De volgorde van de gewassen is per behandeling en per herhaling weergegeven in Bijlage 1.
Als er twee jaar achter elkaar snijmaïs wordt verbouwd, wordt na de oogst van het eerste jaar een groenbemester ingezaaid. Deze groenbemester fungeert zowel als vanggewas voor nutriënten als ook als bodemverbeteraar (doorworteling, inbreng jonge organische stof, stimulering bodemleven). Bij biologische teelt is de inzaai van groenbemester tussen twee teelten snijmaïs verplicht.
Er is sprake van vier verschillende bemestingstrategieën. Deze bestaan uit combinaties van wel of niet bemesten van respectievelijk de gras-klaver en het volggewas snijmaïs of triticale. Er wordt alleen stikstof uit runderdrijfmest toegediend.
Planning:
Vruchtwisselingsproef (doorlopende proef):
- Uitvoering bemestingsbehandelingen in februari – september.
- Metingen producties, voederwaarde en klaveraandeel tot en met oktober.
Beoogd resultaat
Samenvatting bereikte resultaten in 2009
De proef is volgens planning uitgevoerd.
Productenlijst 2009
Geen producten in 2009. Voor het onderdeel ‘Gras-klaver in biologische vruchtwisseling’ moeten eerst alle data verzameld zijn (eind 2012). Voor onderdeel continuteelt snijmaïs was tussenrapportage beoogd in de tweede helft van 2009, maar dit is stil komen te liggen in verband met de aankondiging dat voor dit onderdeel geen financiering meer beschikbaar is richting de toekomst.