Wageningen UR
Kennis Online - Wageningen UR onderzoek voor EL&I

Actuele Thema's

Het onderzoek dat Wageningen UR uitvoert voor EL&I wordt via diverse geldstromen gefinancierd. Met de thema’s wordt al het EL&I gefinancierde onderzoek ontsloten. De 20 meest actuele thema’s staan hier uitgewerkt. De thema’s worden ook uitgebreid met links naar andere relevante onderzoeken van Wageningen UR op het specifieke thema.

  • Veel van het onderzoek van Wageningen UR draagt bij aan de kennis die nodig is voor een goede besluitvorming voor bestuur en beleid. Niet alleen op rijksniveau, maar ook op regionaal niveau (provincie, waterschap), lokaal niveau (gemeente) en internationaal (EU, WTO). Ook onderzoek naar de impact van beleidsbesluiten en bijstellingen valt onder dit thema. Basisgetallen over kostprijzen, financiële en economische gegevens, wet- en regelgeving zijn ook onmisbaar voor bestuur en beleid.
  • Bio-based economy staat voor een economie waarin bedrijven biomassa omzetten in brandstof, chemicaliën, materialen en energie. De interesse in dit onderwerp wordt gestimuleerd door recente ontwikkelingen als klimaatverandering, competitief landgebruik voor groen basismateriaal, uitputting van fossiele brandstoffen, stijgende olieprijzen en structurele veranderingen in wereldwijde energiebehoefte. Met industriële partners werkt Wageningen UR aan de ontwikkeling van nieuwe duurzame technologieën voor de omzetting van biomassa in uiteenlopende producten. Bij dit thema worden ook diverse aspecten van duurzaamheid (People, Planet en Profit) geanalyseerd.
  • Biodiversiteit is de verscheidenheid in genen, soorten en ecosystemen in een regio. Bij biodiversiteit onderscheiden we genetische diversiteit, diversiteit in soorten en ecosysteemdiversiteit. Biodiversiteit speelt een belangrijke rol bij het zoeken naar nieuwe rassen en variëteiten die voldoen aan de nieuwe eisen van vandaag (zie ook Duurzame plantaardige productie), met veranderend klimaat, meer opbrengst en minder input of andere specifieke eigenschappen. Ook in de zoektocht naar nieuwe materialen (zie ook Biobased Economy) en medicijnen speelt biodiversiteit een belangrijke rol.
  • De bodem is een basisfactor bij de productie in de landbouw, maar ook voor processen in klimaat- en natuurbeleid. Bij de landbouwproductie spelen allerlei bodemprocessen een belangrijke rol; welke mineralen beschikbaar zijn (chemisch), de compactheid van de bodem (fysisch) en het leven in de bodem (biologisch). Deze worden op hun beurt weer beïnvloed door externe processen die de kwaliteit en functie van de bodem beïnvloeden en daarmee ook de milieukwaliteit in water en atmosfeer. Bodemonderzoek wordt op lokale, regionale, nationale en mondiale schaal toegepast. Kennis over de bodem kan een bijdrage leveren aan duurzaam bodemgebruik en de duurzame inrichting en beheer van de groene leefomgeving.
  • Het groene onderwijs biedt een breed scala aan opleidingen op het gebied van plant, dier, bloem, voeding, natuur, recreatie, gezondheid en milieu. Opleidingen in het groene onderwijs zijn er op alle niveaus: vmbo, mbo, hbo en universitair. Om de kennis van het onderzoek te incorporeren in het onderwijs zijn er programma’s ontwikkeld die bijdragen aan de kenniscirculatie en innovatie in het onderwijs.
  • Dierenwelzijn gaat over kwaliteit van leven. Een dier voelt zich het best in een omgeving waarin hij zijn natuurlijk gedrag kan vertonen en die hem geen chronische stress, pijn of angst bezorgt. Voeding, verzorging, huisvesting en behandeling zijn van invloed op het welzijn van gehouden dieren. De mate van welzijn van een dier wordt beoordeeld aan de hand van de vijf vrijheden. Een dier moet vrij zijn: van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en fysiologisch ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; om het natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. Wageningen UR onderzoekt de mogelijkheden om deze vrijheden in de dierhouderij te borgen.
  • Diergezondheid is een kwestie van nationaal belang. Dat hebben recente uitbraken van dierziekten uitgewezen. De overheid wil de uitbraak van dierziekten voorkomen en wanneer dit niet lukt de dierziekten zo goed mogelijk en maatschappelijk verantwoord bestrijden. Het ministerie van EL&I heeft met de verantwoordelijke organisaties een Nationale Agenda Diergezondheid (2007- 2013) opgesteld. Deze nationale agenda richt zich op de gezondheidszorg van alle dieren, dus ook de gezelschapsdieren, de dieren die hobbymatig worden gehouden, de paarden en de natuurdieren. Het gaat daarbij niet alleen om zeer besmettelijke dierziekten maar ook om diergezondheid in het algemeen.
  • Twee maal meer voedsel produceren met twee maal minder input. Dat is de uitdaging voor duurzame plantaardige productie. Het gaat hierbij onder andere om het zoeken naar nieuwe teeltsystemen en het gebruik van rassen die tegen een stootje kunnen bij ziekte en klimaatverandering. Op die manier is minder input nodig van kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen.
  • Burgers en professionals geven regelmatig hun mening over de Nederlandse veehouderij. Met 5% van de Nederlandse economie is de veehouderij een belangrijke factor, maar de schaal en intensiteit van de veehouderij in Nederland roept regelmatig kritiek op. Wageningen UR werkt samen met het bedrijfsleven aan het oplossen van problemen, maar vooral ook aan het openen van nieuwe perspectieven. Veehouderij heeft ook een sterke internationale dimensie. Deze wordt meegenomen in het onderzoek voor duurzame veehouderij(ketens).
  • De maatschappij staat voor de uitdaging een duurzaam gebruik van de zee te bewerkstelligen. Duurzame visserij is een vorm van visserij die rendabel is en maatschappelijk geaccepteerd wordt. Hierdoor worden niet-acceptabele ecologische effecten of uitputting van visbestanden voorkomen. Met de recente verschuiving naar aquacultuur, doorgaande vervuiling van de zee en de aantasting van biodiversiteit door grootschalige visserij staat duurzaam gebruik van de zee in toenemende mate onder druk. Ook het ruimtelijk beheer van het mariene gebied speelt hierbij een rol.
  • Een verschuiving van de consumptie van dierlijke eiwitten en dierlijke vetten naar plantaardige heeft naar verwachting gunstige effecten voor klimaat en volksgezondheid. Voor een verschuiving richting plantaardige eiwitten is een gedragsverandering in het voedingspatroon nodig en zijn alternatieve eiwitbronnen in de voeding noodzakelijk, zoals vleesvervangers. Wageningen UR doet ook onderzoek naar alternatieve bronnen van eiwitten, zoals insecten en zeewier.
  • Met het schaarser worden van de fossiele brandstoffen wordt energie een stijgende kostenpost voor de landbouw. De Nederlandse landbouw wil efficiënter omspringen met energie. Nieuwe technieken moeten dat mogelijk maken. Daarnaast is energieverbruik gekoppeld aan uitstoot van broeikasgassen (zie ook klimaat). Er is dus behoefte aan besparing op energiekosten. Dit is te bereiken door efficiënter om te gaan met energie. Goede kennis over energieverbruik is noodzakelijk. Met de stijgende kosten stijgt ook de vraag naar alternatieve energiebronnen. Daarmee biedt energie ook kansen voor de agrarische sector als producent van alternatieve energie.
  • Voeding heeft een belangrijk effect op de gezondheid van de mens. Wageningen UR onderzoekt op verschillende vlakken op welke manier voeding nog gezonder gemaakt kan worden en maakt de effecten van gezonde voeding inzichtelijk. Obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten zijn voorbeelden van aandoeningen die in relatie staan tot voeding. Veiligheid van voedsel speelt ook een belangrijke rol bij de gezondheid. Illegaal of verkeerd gebruik van middelen in de voedselketen veroorzaakt maatschappelijke onrust. Het onderzoek richt zich op technieken om de veiligheid van voedsel te waarborgen en het gebruik van (gewasbeschermings)middelen in de keten te verminderen.
  • Klimaatverandering is een belangrijk en actueel thema voor Nederland. Klimaatverandering leidt tot effecten op infrastructuur, verstedelijking, biodiversiteit, landbouw en volksgezondheid. Gevolgen én de mogelijke oorzaken van klimaatverandering zijn onderwerp van onderzoek. Wageningen UR denkt mee met landbouw en natuurbeheer over mogelijkheden voor verkleining van oorzaken en effecten van klimaatverandering. Aanpassingen binnen de veehouderij en in het landgebruik zijn noodzakelijk.
  • Landgebruik betreft het onderzoek naar ruimtelijke patronen van landgebruik, landschap, bodem en water en naar de effecten van verandering in landgebruik. Ook multifunctioneel landgebruik, de producten of diensten die de natuur aan mensen levert (ecosysteemdiensten) en de optredende conflicten over landgebruik (competing claims) zijn onderdeel van dit thema.
  • Het beleid van de rijksoverheid is er onder andere op gericht om de ontwikkeling van een milieuvriendelijke landbouw te stimuleren, zodat de emissies van stikstof (N) en fosfor (P) naar het milieu verminderen en de bodem-, water- en luchtkwaliteit verbeteren. Er zijn internationale afspraken gemaakt om milieudoelstellingen te realiseren, zoals Nitraatrichtlijn, Kaderrichtlijn water, NEC-richtlijn, IPPC-richtlijn, Kaderrichtlijn luchtkwaliteit. Regelmatig vindt onderzoek plaats in hoeverre voldaan wordt aan de gemaakte internationale afspraken. Afhankelijk van de uitkomsten wordt, indien nodig, de Nederlandse wet- en regelgeving bijgesteld.
  • Akkoorden van de World Trade Organization (WTO) en hervorming van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) zorgen ervoor dat een belangrijk deel van de Nederlandse landbouw aan steeds heviger concurrentie wordt blootgesteld. In Europees verband speelt de Lissabonstrategie, die de Europese economie de meest dynamische kenniseconomie moet maken. De overheid krijgt steeds meer een faciliterende rol. Om deze rol optimaal ten uitvoer te brengen is kennis nodig over de concurrentiepositie van het agrocomplex, over de keten en de factoren die deze positie en keten beïnvloeden.
  • Een natuurlijke omgeving kan op verschillende manieren bijdragen aan de gezondheid van de mens. Natuur kan bijdragen aan herstel van stress, het kan aanzetten tot sociaal contact, het kan bijdragen aan een optimale ontwikkeling van kinderen, het kan persoonlijke ontwikkeling en zingeving bevorderen en het kan stimuleren tot beweging (relatie met obesitas). Wageningen UR onderzoekt vragen op gebied van het zo optimaal mogelijk inrichten en beheren van de groene ruimte, de invloed van de inrichting van het landschap en de stedelijke omgeving op de sociale veiligheid en mogelijkheden om de bestaande groene ruimte beter te benutten door het gedrag van mensen te beïnvloeden.
  • Nieuwe technologieën worden op allerlei vlakken toegepast in het brede complex van de agro-food sector. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen genomics, robotics, informatics, en nanotechnologie. Genomics betreft het onderzoek aan het genoom, de combinatie van alle erfelijke factoren inclusief DNA-onderzoek. Robotics is de wetenschap rondom robottechnologie, hun ontwerp, en hun toepassing. Informatics is de informatiewetenschap, de praktijk van informatieprocessing en het ontwerp van informatiesystemen. Bioinformatics is de toepassing van informatica op het gebied van moleculaire biologie. Nanotechnology is de studie op moleculaire en atomaire schaal. Het gaat om structuren kleiner dan 100 nanometer (10-9m, ofwel 1 miljoenste millimeter).
  • Een transitie is een langjarig, maatschappelijk veranderingsproces dat het resultaat is van op elkaar inwerkende en versterkende trends en ontwikkelingen op het gebied van economie, cultuur, instituties, technologie en natuur & milieu. Om transities naar een meer duurzame samenleving gerichter (bij) te kunnen sturen, spelen tal van samenhangende systeeminnovaties een rol. Systeeminnovaties zijn relatief complexe vormen van innovatie in ketens of gebieden die alleen kunnen slagen in grotere verbanden en met medewerking van alle belanghebbenden. Binnen Wageningen UR wordt op verschillende plaatsen onderzoek uitgevoerd op het gebied van Transitie en Systeeminnovatie, bijvoorbeeld op het gebied van eiwittransitie of de transitie naar een Biobased Economy. Systeeminnovaties zijn er ook op het gebied van verduurzaming van de veehouderij, duurzame plantaardige productieketens en de groene ruimte.
  • In de millenniumverklaring van de Verenigde Naties gaat de eerste doelstelling over honger: ‘Het aantal mensen dat honger lijdt, moet in 2015 tenminste tot de helft zijn teruggebracht ten opzichte van 1990.’ De mens moet in staat zijn voldoende voedsel van goede kwaliteit te eten, zodat hij of zij gezond kan blijven. De wereldvoedselprijzen stijgen onder andere door klimaatverandering, de economische crisis en politieke instabiele situaties. Voedselzekerheid speelt op mondiale schaal, maar in de politiek is het ook een issue op regionale schaal. In hoeverre is Nederland of de Europese Unie zelfvoorzienend in haar voedselproductie?
  • Een veilig, aantrekkelijk en leefbaar Nederland staat of valt met een goed waterbeleid. Voldoende schoon water is van vitaal belang voor de landbouw, de natuur, recreatie, drinkwatervoorziening en visserij. De zeespiegel stijgt, de bodem daalt, de rivieren zullen vaker extreme hoeveelheden water moeten afvoeren en wateroverlast komt steeds vaker voor. Tegelijkertijd is er sprake van verdroging en is de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater niet overal op orde. Het watervraagstuk vraagt de komende jaren om meer aandacht.