Dierenwelzijn gaat over kwaliteit van leven. Een dier voelt zich het best in een omgeving waarin hij zijn natuurlijk gedrag kan vertonen en die hem geen chronische stress, pijn of angst bezorgt. Voeding, verzorging, huisvesting en behandeling zijn van invloed op het welzijn van gehouden dieren. De mate van welzijn van een dier wordt beoordeeld aan de hand van de vijf vrijheden. Een dier moet vrij zijn: van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en fysiologisch ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; om het natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. Wageningen UR onderzoekt de mogelijkheden om deze vrijheden in de dierhouderij te borgen.