Met bovenstaande uitgangspunten ontwikkelt en toetst Wageningen UR in de komende jaren 5 innovatieve, op de toekomst gerichte bedrijfssystemen. Drie systemen op de locatie PPO Broekemahoeve in Lelystad, en 2 systemen bij PPO-fruit in Randwijk. Op de Broekemahoeve verkennen we de grenzen van een pesticiden-arme of –loze teelt van eenjarige voedings- en siergewassen. In Randwijk richten de onderzoekers zich op houtige fruitgewassen. Alle 5 de systemen hebben duurzaamheidstreefbeelden met een horizont van 20-30 jaar. Volgens de beproefde systematiek van ontwerpen, testen en verbeteren werken de onderzoekers zich op naar de doelstellingen van het project.
Locatie PPO Broekemahoeve Lelystad In Lelystad leggen we 2 systemen aan waarin we nog pesticiden toepassen en komt er 1 systeem op biologische (SKAL) basis (zie figuur). Twee systemen hebben belevingslandbouw als uitgangspunt, 1 systeem productielandbouw. Dit uitgangspunt bepaalt het type gewas en de inrichting van het systeem. Zo staan in de belevingslandbouw verse producten centraal en in de productielandbouw inhoudsstoffen en hoogwaardig uitgangsmateriaal. Op de locatie is ruimte voor een vierde systeem. Te denken valt aan een biologische variant voor de landelijke omgeving, met grootschalige productie van hoogwaardig uitgangsmateriaal (akkerbouw / vollegrondsgroenten).

Opzet van het onderzoek op de Broekemahoeve in Lelystad
Locatie PPO Randwijk Onbespoten fruitteelt: teelt onder overkapping; we maken geen principiële keuze voor teelt onder SKAL richtlijnen of geïntegreerde teelt. Voor de 'proof of principles' is dit van ondergeschikt belang. We starten met een systeem voor peer en rode bes en vullen dat vanaf 2006 aan met appel en pruim of kers. Vanaf dat moment starten we ook met ontwikkeling van onbespoten fruitsystemen zonder overkapping. Minimale pesticideninzet: 2 fruitbedrijven telen het resistente appelras Santana op een perceel grenzend aan oppervlaktewater zonder windscherm met onder meer als randvoorwaarde dat geen van de nog uitgevoerde bespuitingen mag leiden tot overschrijding van de watertoxiciteitsnormen. De uitvoering van dit onderdeel vindt plaats in het project Innovatieontwikkeling geïntegreerde bedrijfs- en ketensystemen fruit
Communicatie
Om De smaak van morgen gestalte te kunnen geven, putten we uit de brede expertise van diverse onderdelen van Wageningen UR. Ook de praktijk krijgt een belangrijke positie in het project. In een op te zetten 'socio-technisch netwerk' (zie het project Innovatieprocessen in de praktijk) zullen we ondernemers, vertegenwoordigers van ketenpartijen en andere verwante organisaties vragen mee te denken met de invulling en bijstelling van het onderzoek. Bovendien wordt een technische begeleidingscommissie opgezet, met vertegenwoordiging van ondernemers uit de belangrijkste gewasgroepen. Deze groep krijgt een adviserende rol binnen het op te zetten systeemonderzoek. Vergaande vernieuwingsdrang en praktisch inzicht vormen samen een goede voedingsbodem voor duurzame innovaties.
Planning
In overleg met belanghebbenden en specialisten koppelen we in 2004 concrete maatstaven en streefwaarden aan doelen van de systemen. We zoeken oplossingen voor gewas-belagercombinatie-problemen. De oplossingskaders vormen het belangrijkste uitgangspunt van de inrichting van de systemen. Binnen elk van de systemen is ruimte voor analyse om deelvragen van knelpunten te beantwoorden. Vanaf najaar 2004 komen de systemen daadwerkelijk tot leven op het veld.
Wat er is dan zo nieuw?
Vernieuwend aan De smaak van morgen is de keuze voor productie- of belevingslandbouw en het gezamenlijk optrekken met belanghebbenden. De keuze voor de beleving van hoogwaardige stadslandbouw en pesticiden-arme productielandbouw is bewust, hier ligt de winst voor markt en ecologie. Zonder een bondgenoot en draagvlak zal een innovatie nooit gestalte kunnen krijgen.
|